De schaats is vanzelfssprekend het belangrijkste onderdeel van de schaatsuitrusting. Kinderen kunnen het beste beginnen op Easy gliders. Omdat ze meestal nog geen stevige enkels hebben, is het beter om met noren even te wachten. De kinderen die het schaatsen al wat steviger onder de knie hebben kunnen eventueel overgaan tot het rijden op lage noren.
Doordat de "potten" bij lage noren korter zijn, is de afstand tussen de onderkant van de schoen en het ijs kleiner, waardoor je minder snel moe wordt. Het is niet verstandig om als beginnende schaatser direct op klapschaatsen te gaan rijden. Wanneer iemand de techniek aardig onder de knie heeft kan worden besloten om over te stappen op klapschaatsen. De trainer kan hierbij vaak prima advies geven.
Bij de huur of aankoop van noren moet je er op letten dat de schoen niet te groot is. Dit is zowel voor de voeten als voor het schaatsen op zich niet goed. Voor pupillen kan dit lastig zijn, hun voeten groeien immers nog en dat brengt de nodige kosten met zich mee. Daarom kun je overwegen om per seizoen schaatsen te huren. (tip: zie het schaatsfonds).
Het slijpen van schaatsen is goed zelf te doen, vooral omdat er toch regelmatig geslepen moet worden. Het is raadzaam om eens per jaar de ronding van de schaatsen door een vakman (sportzaken) te laten controleren. Op kunstijs is slijpen na een paar keer schaatsen meestal voldoende. Het is wel noodzakelijk de schaatsen te slijpen nadat er op natuurijs gereden is (veel vuil en zand) en vervolgens weer op kunstijs gereden wordt. Door met de nagel langs de rand van het schaatsijzer te gaan is dit eenvoudig te constateren. Bij een scherp ijzer wordt er wat van de nagel afgeschraapt. (Tip: Klik hier voor meer informatie en instructiefilmpjes over het schaatsen van slijpen)
De snijkant van het ijzer komt tijdens de afzet in het ijs, daardoor ontstaat er een gleufje in het ijs waartegen afgezet wordt. Is de schaats niet scherp genoeg, dan zal de afzetkracht verminderen of erger nog; je glijdt weg.
Als de veters van de schaats te lang zijn, mogen deze niet om de enkels of onder de voet vastgebonden worden. Dit belemmert de bloedsomloop en veroorzaakt koude, tintelende en zere voeten. Zijn de veters te lang, knip deze in het midden en zoveel tussenuit, dat ze op lengte zijn en knoop de uiteinden aan elkaar. De geplastificeerde uiteinden blijven zo intact en de veters gaan niet rafelen.
Neem altijd een oude lap of handdoek mee, zodat je na afloop van de training of wedstrijd je schaatsen kunt afdrogen. Bewaar de schaatsen nooit in de schaatsbescherming of hoezen, maar in bijvoorbeeld een oude handdoek of badstoffen hoezen. Gebruik de schaatsbeschermers wel bij het verlaten van het ijs; dit voorkomt beschadigingen van de ijzers (bramen).
Naast het schaatsen in het winterseizoen wordt er ook in het zomerseizoen getraind. Naast de looptrainingen in de Drunense duinen, kan men als nieuw lid ook kiezen voor skeelertraining (op de skeelerbaan in Nieuwkuijk) of fietstrainingen (Wielerparcours in Brakel).
Hiervoor heb je ook gepast materiaal nodig. Voor in de duinen zijn dat goede loopschoenen en voor de skeelertraining uiteraard skeelers en een helm. Voor de fietstrainingen is een racefiets, helm en schoenen nodig.
Het is voor elk lid verschillend wat hij/zij er voor trainingen naast doet en wat voor materiaalkosten men hiervoor wil maken. Binnen de vereniging lopen genoeg ervaren mensen rond die je hierin graag willen adviseren.